Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Chemische wapens tijdens WO I

1. Blaartrekkende middelen
Opname door de longen of de huid. Verbrandt huid, slijmvliezen en ogen. Geeft blaren in de luchtpijp en grote blaren op de huid. Voorbeeld: mosterdgas.
2. Toxische stoffen die werken op het bloed
Stoffen komen door inhalatie in de longen en vervolgens in het bloed. Belemmeren de zuurstofopname en veroorzaken zo weefselsterfte en hartfalen. Het zijn gasvormige stoffen. Voorbeelden zijn waterstofcyanide (blauwzuurgas), broomcyanogeen, chloorcyanogeen en broombenzylcyanide. De laatste drie geven bij contact met water waterstofcyanide.
3. Verstikkende middelen
Opname van gasvormige stoffen door de longen. Leiden tot vloeistofophoping in de longen wat leidt tot verstikking. Voorbeelden: chloor, carbonylchloride.
4. Zenuwgassen
Opname door de longen of de huid. Veroorzaken toevallen en verlammingen, ook van het hart. Bij geschikte doses in korte tijd dodelijk. Verspreiding kan als gas, vloeistof of fijn verdeelde vaste stof. Zenuwgassen waren tijdens WO I nog niet bekend.
5. Nies-en braakmiddelen
Stoffen komen door inhalatie in de longen, veroorzaken irritatie van de luchtwegen. Leiden tot hoofdpijn en braken. Effecten zijn meestal reversibel.
6. Traangassen
Werken op de ogen. Veroorzaken oogirritatie, soms ook blindheid. De effecten zijn meestal reversibel. Traangassen worden gebruikt als gas of als fijn verdeeld poeder.

Oorlogschemie/De Eerste Wereldoorlog

Een nieuw fenomeen ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog: strijd- of gifgassen deden hun intrede. Over het algemeen wordt 22 april 1915 gezien als het begin van de oorlogsvoering met gifgassen. Op die datum vond bij Ieper onder leiding van de Duitse chemicus Fritz Haber de eerste grootschalige aanval met een strijdgas plaats. Het was gewoon chloorgas dat werd gebruikt. Haber kwam op dit idee, doordat er een groot overschot aan chloor bestond. Bij IG Farben, waar Haber in dienst was, was veel natronloog nodig. Dit kan eenvoudig gemaakt worden door elektrolyse van een keukenzoutoplossing. Nadeel is dat er ook grote hoeveelheden chloorgas bij vrijkomen. Voor dit chloor had Haber dus een mooie toepassing gevonden. Het chloorgas was in 6000 grote cilinders aangevoerd naar de frontlinie. Bij gunstige windrichting werden de kranen opengedraaid: 180.000 kg chloor kwam vrij en dreef met de wind mee naar de geallieerde linies. Het gas veroorzaakte grote paniek en leidde tot 5.000 doden en 10.000 gewonden aan geallieerde zijde, vooral Fransen en Algerijnen. Het succes was zo verrassend en overweldigend dat zelfs de Duisters verrast waren. Zij verzuimden gebruik te maken van de verwarring in de geallieerde linies. Het gebruik van chloorgas in Ieper blijkt de opmaat te zijn voor de inzet van een instrument dat steeds gruwelijker vormen aannam. De inventiviteit van de chemici leek geen grenzen te kennen in het bedenken van varianten met een verschrikkelijke uitwerking.

Toch waren er voor 22 april 1915 al pogingen gedaan om chemicaliën te gebruiken als strijdmiddel. De gebeurtenissen van de 22ste april moeten eerder worden gezien als een opschaling van een al bestaande praktijk. Zo zetten de Duitsers op 3 januari 1915 aan het Russische front bij Boloimov granaten in die gevuld zijn met T-stoff. T-stoff bestaat uit een mengsel van xylylbromide, xylylenebromide en benzylbromide. Alle stoffen behoren tot de groep van de traangassen. Het had echter niet het beoogde effect. De lage temperaturen zorgden ervoor dat de stoffen na ontploffing vast werden en dus hun werking niet konden uitoefenen.

Maar de eer voor het allereerste gebruik komt toch aan de Geallieerden toe. Niet grootschalig, maar toch; in augustus 1914 - de oorlog is dan nog maar een maand oud - gebruiken de Fransen granaten die gevuld zijn met ethylbroomacetaat. In oktober van hetzelfde jaar komen de Duisters met granaten die onder andere o-dianisidinechloro-sulfonaat bevatten. In november zetten de Fransen voor het eerst chlooraceton in. Al deze stoffen zijn traangassen. Ze zijn, in tegenstelling tot chloor, niet dodelijk. Wel kunnen ze aanzienlijke overlast veroorzaken en tegenstanders zelfs tijdelijk uitschakelen.

De Duitse actie in Ieper was het begin van een grootschalig gebruik van gifgassen. Op 24 april, twee dagen na de eerste aanval, zetten de Duitsers in Ieper (vandaar de naam yperite) opnieuw chloorgas in, in nog grotere hoeveelheden. Een maand later is het eerste gebruik van chloorgas aan het Russische front. Met de introductie van fosgeen in november 1915 luiden de Duisters een nieuwe fase in. Fosgeen werkt op een zelfde manier als chloor, maar werkt al in lagere concentraties en is daarmee schadelijker.

Oorlogschemie: Yperiet en verder


Britse slachtoffers van gifgas.
Foto © History Learning Site