Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Bijzonder merkwaardig

is het ongeval in Tessenderlo, België, in 1942. In een silo bevond zich aangekoekt ammoniumnitraat, een stof die ook dienst doet als meststof. Een medewerker probeerde de aangekoekte stof in brokken te breken door dynamiet te laten ontploffen. De afloop was fataal. De dynamiet fungeerde als ontsteking van het ammoniumnitraat, dat ook als springstof prima voldoet. De explosie liet niets van de fabriek over en veroorzaakte 190 doden.

Oorlogschemie/Yperiet en verder

De meest gruwelijke fase trad in met de introductie van mosterdgas, ook wel yperite genoemd. Dit nieuwe gas zetten de Duitsers voor het eerst in op 12 juli 1917. Een opnieuw beleefde het front bij Ieper de twijfelachtige eer de eerste te zijn, zoals met het chloor in 1915. Was chloor schadelijk, mosterdgas is meer dan dat: het is ook nog verraderlijk. De Nederlandse naam, afgeleid van de (zwakke) mosterdgeur, doet geen recht aan de verschrikkelijke eigenschappen van deze stof. In tegenstelling tot veel eerder gebruikte stoffen kwamen tot effecten pas na enige tijd tot uiting. Eerst overgeven en kleine blaasjes, overal waar de huid in contact was geweest met het gifgas. De kleine blaasjes groeiden uit tot enorme blaren. Na twee dagen vielen de eerste dodelijke slachtoffers. De getroffenen stierven een gruwelijke en pijnlijke dood. Mosterdgas was al lang bekend. Guthrie synthetiseerde het al in 1860.

Het is niet bekend of de chemici Lommel en Steinkopf wisten wat ze hadden aangericht. Het waren de chemici Lommel en Steinkopf van het chemieconcern Bayer AGW die een manier vonden voor de massaproductie van mosterdgas, of stof LOST (van Lommel en Steinkopf) zoals de Duisters het noemden. Het is misschien moeilijk voorstelbaar, maar er waren tijdens de Eerste Wereldoorlog vele, vele chemici (aan beide zijden overigens) bezig met het zoeken naar en het ontwikkelen van geschikte strijdgassen. In Duitsland waren het grote chemische concerns als BASF, IG Farben en Bayer naast wetenschappelijke onderzoeksinstituten als het Kaiser Wilhelm Institut die hun bijdragen leverden.

Ook de geallieerden lieten zich niet onbetuigd. Naast de productie van dezelfde gifgassen als de Duitsers inzetten, kwamen de geallieerden zelf ook met nieuwigheden. Vooral de arseenverbindingen moeten hier worden genoemd. De keuze van het gebruik van arseen door de Amerikanen werd ingegeven door praktische overwegingen. Arseen kwam in grote hoeveelheden vrij bij de koperwinning en veel emplooi was er niet voor het arseen. Maar zo kwam het de Amerikanen nog goed van pas. Het leverde een scala van arseenverbindingen op met codenamen als Clark I, Clark II en Lewisite, namen ontleend aan hun 'ontdekkers&'. Lewisite is pas ontdekt aan het eind van de oorlog en heeft daarom het strijdtoneel nooit bereikt. Wel zijn na de oorlog grote hoeveelheden geproduceerd - ook al weer omdat het zo gemakkelijk was - door de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, de Sovjet-Unie en Japan. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog waren dan ook grote voorraden aanwezig die echter door geen van de oorlogvoerende landen in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet.

Gifgas was in de Eerste Wereldoorlog al snel na de introductie berucht en gevreesd. Merkwaardig is dat het aantal dodelijke slachtoffers van gifgas 'slechts&' 91.000 bedroeg. Dit valt in het niet bij het totaal aantal doden tijdens de Eerste Wereldoorlog: 10 miljoen. Toch was gifgas berucht, maar dan vooral om de psychologische werking die er van uitging. In die zin was het een onovertroffen wapen en had het een sterk demoraliserende werking. Toch is de overheersende opinie dat gifgas geen doorslaggevende rol in de Eerste Wereldoorlog heeft gespeeld. De Duitsers hadden aanvankelijk enig succes aan het westelijk front, maar de geallieerden herstelden zich snel. Het gasmasker, eerst nog primitief maar al snel betrouwbaarder, bood enige bescherming. Ook gingen de geallieerden zelf ook over tot het gebruik van gifgas. Zelfs in de slag bij Verdun in 1916 waarbij de Duitsers onvoorstelbare hoeveelheden gifgas inzetten - vooral fosgeen -, kon het gifgas niet voor een definitieve doorbraak zorgen.

Oorlogschemie: restanten van de oorlog