Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Het merk Planta bestaat nog steeds bij Unilever.
Zie bijvoorbeeld:
Planta/België

Planta, Brio: voor de promotie uitgaven maakt het niet uit. Planta kwam in 1952 met een boek over de Olympische spelen. Brio kwam in 1964 met een boek over de Olympische Spelen. Brio bestaat ook al niet meer. Bij de merkensanering van Unilever is Brio afgeschaft.

Planta Olympische Spelen 1952

Planta Olympische Spelen 1964

De ondergang van Planta

'Nu nog beter', is een veelgebruikte reclamekreet. Wie echter denkt dat dat een vorm van modernisme is, vergist zich lelijk. Ook veertig jaren geleden bedienden de reclamemakers zich van deze kretologie. Zo werd ook Planta margarine vernieuwd, en wel in 1960. Het gevolg was wat eerst een epidemie leek, maar wat later de blaasjesziekte is gaan heten. Hoe vernieuwing leidde tot de ondergang van een margarinemerk.

Planta - de 'fijnste plantenboter'- was in de jaren vijftig een bekend margarinemerk in Nederland. Het was één van de merken van Unileverconcern. Maar ja, voedingsmiddelen moeten altijd vernieuwd en verbeterd worden. Zo ook Planta. Het werd ook gebruikt bij het braden van vlees. Om dat beter te laten verlopen kwam Planta in augustus 1960 in 'verbeterde' samenstelling op de markt. Verbetering betekende in dit geval dat de emulgator ME 18 was toegevoegd, waardoor vooral het bakken met Planta gemakkelijker (beter?) zou gaan. Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid in Bilthoven had bij dierproeven vastgesteld dat de stof geen aanleiding gaf tot effecten. Blijkbaar was het onderzoek niet grondig genoeg geweest. Al snel nadat de nieuwe Planta op de markt was gebracht, begonnen de problemen.

In Rotterdam komt de zaak op 22 augustus 1960 aan het rollen. Er melden zich mensen bij het ziekenhuis met wat medisch wordt omschreven als exanthemische verschijnselen. In gewoon Nederlands: platte, rode, onduidelijk begrensde huiduitslag soms met pukkeltjes. Een ziektebeeld dat oppervlakkig lijkt op mazelen. Ook via de huisartsen en de Afdeling Besmettelijke Ziekten komen soortgelijke meldingen binnen. Eerst gaan de gedachten uit naar een virus. Huisarts Treurniet wordt, volgens overlevering, door de 11-jarige patiënt Rob Ouwerkerk op het goede spoor gezet. De jonge zieke noemt Planta. Al snel blijkt dat de 'ziekte' zich overal in de stad Rotterdam voor doet. Haastige afgelegde huisbezoeken bij patiënten brengen aan het licht dat in gezinnen vaak meerdere personen ziek zijn. Opvallend is ook dat in een gezin de gezinsleden erg snel, soms zelfs binnen enkele uren, na elkaar ziek worden. Na enkele dagen lijkt dat ook buiten Rotterdam dezelfde ziekte voorkomt. De 'blaasjesziekte' is uitgebroken.

In Rotterdam is inmiddels vastgesteld dat in alle gezinnen met de ziekte, Planta wordt gebruikt. Gezondheidsdeskundigen beginnen nu te spreken over een 'epidemie'. Tot op het hoogste niveau zijn de problemen onderwerp van gesprek. Zelfs Kamervragen zijn het gevolg. Vervolgens wordt in Rotterdam een klein bevolkingsonderzoek gestart. Hierbij wordt een speciaal formulier gebruikt. Naast gegevens over het gezin en de gezinssamenstellling wordt natuurlijk gevraagd naar de mate van gebruik van Planta en het optreden van ziekteverschijnselen. Merkwaardig is de vraag voor vrouwen over de eerste dag van de laatste menstruatie, maar goed. 288 gezinnen waarvan bekend was dat Planta werd gebruikt, worden bevraagd. Deze gezinnen omvatten totaal 915 gezinsleden en waren, naar de mening van de onderzoekers, representatief voor de gemiddelde Rotterdamse bevolking. Daarnaast was er nog een controlegroep van 144 gezinnen. Deze waren geselecteerd als de gezinnen die links van de Plantagezinnen woonachtig waren. Het onderzoek merkt over de laatste groep op dat de controlegroep is geselecteerd 'in Planta gebruikend sociaal milieu'.

De resultaten van het onderzoek spreken voor zich: de associatie tussen Plantagebruik en het optreden van 'exanthemische' ziekteverschijnselen is overduidelijk. In de Plantagebruikende gezinnen blijkt 31% van de mannen en 61% van de vrouwen door de ziekte getroffen te zijn. Ruim de helft van alle gezinsleden, namelijk 53%, wordt niet ziek. Afgezien van dit merkwaardige verschil tussen mannen en vrouwen is er geen relatie met leeftijd. Aardig is ook dat het onderzoek informatie oplevert over de 'incubatietijd'. In dit geval is dat de tijd die verstrijkt tussen het eerste gebruik van de vernieuwde Planta en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen. Dat blijkt zo'n acht à negen dagen te zijn.

De onderzoekers wagen zich tot slot nog aan een vertaling van de onderzoeksresultaten naar geheel Rotterdam. Op basis van een telefonische enquête onder huisartsen concluderen de onderzoekers dat op 25 augustus 4000 en op 29 augustus zelfs 8300 mensen leden aan huiduitslag door het gebruik van de nieuwe Planta. De onderzoekers rekenen deze gegevens dan ook nog eens om naar geheel Nederland. Zij komen tot de conclusie dat eind augustus 1% van de Nederlandse bevolking aan de Plantaziekte lijdt. Dat zouden dan 115.000 mensen zijn! Fijntjes wordt er nog aan toegevoegd: 'Uiteraard was de epidemie op 29 augustus nog niet geëindigd, zodat deze waarden uiteraard minima zijn.'

Uiteindelijk krijgen dus ruim 100.000 Nederlanders last van de 'blaasjesziekte'. Vier mensen kwamen te overlijden; honderden werden opgenomen in ziekenhuizen. Twee weken na de ontdekking werd via de radio een verkoopverbod afgekondigd voor alle margarinemerken van het Unilever-concern. Dit verbod trof zodoende ook Zeeuws Meisje en Blue Band. Het leverde het concern een forse schadepost op. Niet alleen door het stilvallen van de verkoop, maar later ook door de uitgekeerde schadevergoeding. Unilever betaalde aan 8.000 personen 1,25 miljoen gulden uit. Dit was echter niet op te vatten als een 'schuldbekentenis', zo zei Unilever. Planta als merk was natuurlijk reddeloos verloren. Maar niet getreurd, het merk Planta werd in Nederland vervangen door Brio. In een aantal andere landen bestaat het merk Planta nog wel.