Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Veel statistieken over voetbal bij Voetbalstats.nl.

Zie ook het prachtige boek 50 jaar betaald voetbal van Matty Verkamman en Frans van den Nieuwenhof.

De leuke website over DOS van Erwin Luiten, jazeker de zoon van de bekende DOS-speler, Cor Luiten.

Zwarte panters. Het avontuur van het betaalde voetbal in Nederland

Op 14 augustus 1954 vindt in Nederland de eerste wedstrijd tussen twee profclubs plaats. Op die datum spelen de clubs Alkmaar en Venlo tegen elkaar. Alkmaar wint met 3-0. Het is de voorbode van de oprichting van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond, de NBVB, die beroepsvoetbal in Nederland mogelijk wil maken. Onder druk van de omstandigheden besluit de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, de KNVB, op 23 augustus 1954 eveneens tot de invoering van profvoetbal. Op 4 september start de KNVB een semi-professionele competitie met vier eerste klassen van elk 13 clubs. Het zaterdagvoetbal blijft amateurvoetbal.

De profclubs die deel uitmaken van de concurrerende Nederlandse Beroeps Voetbal Bond starten op 11 september met hun eigen competitie. Het gaat om 10 clubs: Alkmaar '54, Amsterdam, De Graafschap, Den Haag, Phanta Rhei (later Fortuna'54), Rapid '54, Rotterdam, Twentse Profs, Utrecht en Venlo. Er ontstaat een grimmige strijd tussen de twee bonden. De invoering van profvoetbal bij de KNVB doet sommige spelers van de NBVB besluiten om terug te keren naar hun voormalige club bij de KNVB. Dit leidt weer tot rechtszaken over contractbreuk, waarbij de NBVB veelal in het gelijk wordt gesteld. Temidden van al dit tumult is er overleg tussen de KNVB en de NBVB. Dit leidt op 7 november 1954 tot een akkoord. De NBVB wordt per 1 december opgeheven, de profclubs, het zijn alle zogenaamde voetbal-NV's, gaan over in verenigingen en worden opgenomen in de eerste klassen van de KNVB. De lopende competities worden gestaakt. Op 28 november zal een nieuwe competitie van start gaan. Uiteindelijk start de 'eenheidscompetitie' met (opnieuw) vier klassen met elk 14 clubs. De klassen heten heel toepasselijk Eerste Klasse A, B, C en D. Aan het eind van het seizoen spelen de nummer 1 van de vier klassen een nacompetitie om uit te maken wie kampioen wordt. NAC, Willem II, PSV en Eindhoven strijden om de eer. Willem II wordt de eerste kampioen van het semi-professionele voetbal in Nederland.

In de jaren die volgen, ontstaat nu een ingewikkeld geschuif. De nummers 1 tot en met 9 van de vier eerste klassen promoveren aan het eind van het eerste seizoen naar de nieuw te vormen hoofdklasse, die uit twee afdelingen bestaat, de Hoofdklasse A en de Hoofdklasse B. De resterende 20 clubs gaan naar de eerste klasse. Er komen drie eerste klassen: twee met 14 clubs en één met 16 clubs. Naast de genoemde 20 vinden de kampioenen van de tweede klasse hier onderdak en verder de amateurclubs die ook wensen over te gaan naar het profvoetbal. Ook aan het eind van dit tweede seizoen volgt nog een nacompetitie om te bepalen wie kampioen van Nederland wordt. Het gaat om de nummers 1 en 2 van beide hoofdklassen, Elinkwijk, NAC, Rapid JC en Sparta. Deze keer wordt Rapid JC kampioen.

In het daaropvolgende seizoen zullen de bovenste acht van beide hoofdklassen promoveren naar de nieuw te vormen eredivisie. Twee plaatsen in de eredivisie kunnen worden ingenomen door de eerste twee van een volledige competitie die wordt gespeeld tussen de nummers negen van de beide hoofdklassen en de kampioenen van de drie eerste klassen.

Het eindresultaat is een eredivisie met 18 clubs, twee eerste divisies met elk 16 clubs en twee tweede divisies met elk 15 clubs. Dit betekent dat erop dat moment 80 clubs zijn die semi-professioneel voetballen. En dat is nogal wat voor een klein land als Nederland. Het is daarom niet verwonderlijk dat in de jaren daarna dit aantal weer terugloopt. Tegenwoordig kennen we nog slechts een eredivisie en één eerste divisie, elk met 18 clubs. Het aantal profclubs is dus sinds het begin meer dan gehalveerd.

Toegift: Lev Yashin, de zwarte spin