Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Matig roken geen probleem: inleiding

'Voor een lichte of matige roker, voor wie het roken een werkelijk genot betekent, geldt voorhands niet, dat hij of zij het roken nu geheel moet afschaffen.... En aangezien voor vele mensen het roken tot een van de geneugten van het dagelijkse leven behoort, in een tijd, die overigens vaak weinig reden tot plezier geeft, geloven we niet, dat het juist is een weinig schuldig genoegen als het weinig of met mate roken ook nog te doen verdwijnen.'

Ja, zo keek men in 1954 in Nederland tegen het roken van sigaretten aan. In een artikel in 'Wie wat waar 1955' - waar ook de begintekst van dit artikel uit komt - wordt echter wel degelijk een kritische beschouwing aan het roken gewijd. De relatie tussen (zwaar) roken en longkanker wordt aangegeven. Ook de 'bekende Nederlandse kankeronderzoeker' Korteweg wordt veelvuldig geciteerd. Korteweg is duidelijk: '... dat 50.000 mannen, en tevens een zeer groot aantal vrouwen, bezig is door zwaar roken de bodem voor te bereiden voor longkanker'.

Als sfeerbeeld het artikel Roken? Goed maar met mate uit de Libelle van 29 juni 1951 [ in nieuw venster]

De documenten van de Amerikaanse tabaksindustrie die in de jaren negentig beschikbaar zijn gekomen, tonen aan dat al in het begin van de jaren vijftig de tabaksindustrie op de hoogte was van de schadelijke effecten van het roken. Het is mede daarom dat de sigarettenfabrikanten toen al met filtersigaretten en met light versies van sigaretten kwamen. Beide waren bedoeld zogenaamd om de schadelijke effecten van het roken te verminderen. Het uiteindelijke doel was echter om, ondanks alles zo onthullen deze documenten, de omzetten (en dus de winsten) op peil te houden.

Boeven zijn het

De ontstaansgeschiedenis van de Amerikaanse tabaksindustrie leert ons dat het om een tak van sport gaat waar weinig goeds uit voort kan komen. Alles draait om omzet, winst en misleiding. Het begon aan het eind van de negentiende eeuw met de American Tobacco Company onder de bezielende leiding van James Duke. In 1880 werd een machine uitgevonden die sigaretten kon rollen en daarmee het met de hand rollen van sigaretten overbodig maakte. James Duke was de eerste die de voordelen onderkende. Zo werd de productieprijs veel lager. Duke gebruikte dit niet alleen om de winst op te voeren, maar was nu ook in staat om een grote hoeveelheid geld in te zetten voor agressieve reclame- en promotiecampagnes. Duke bereikte hiermee dat zijn concurrenten zich op hem aansloten of dat zij uit de markt werden gewerkt. Het sigarettengebruik steeg fors van een halve sigaret per persoon per jaar in 1870 naar 35 per jaar in 1890.

De American Tobacco Comapny had aan het eind van de negentiende eeuw een monopoliepositie bereikt op de Amerikaanse markt en betrad vervolgens ook andere markten die met tabak te maken hebben. De machtspositie was zo groot, dat de Amerikaanse overheid in 1911 besloot op basis van antitrustwetgeving om het concern op te splitsen. Er ontstonden vier nieuwe bedrijven: de (nieuwe, afgeslankte) American Tobacco Company (ATC), RJ Reynolds Tobacco Company (RJR), Liggett & Myers Tobacco Company (L&M) en P Lorillard Company. In 1925 beheersten de eerste drie 90% van de Amerikaanse markt. De marktwerking was hierdoor zwak. De marktleider (RJR) bepaalde in feite de prijs; de anderen volgden. De winsten waren navenant. Dit opende echter wel de mogelijkheid voor prijstunters die met zeer goedkope merken op de markt kwamen. Twee daarvan overleefden de moordende concurrentie en behoren tegenwoordig ook tot de megaconcerns: Philip Morris en Brown & Williamson.

Matig roken geen probleem: een eigen waarheid

Reclame voor Golden Fiction uit de jaren vijftig
Reclame voor Golden Fiction uit de jaren vijftig.
Golden Fiction was in die tijd één van de topmerken.

De sigaret

Het Nederlandse woord sigaret (vroeger geschreven als cigaret) komt van het Frans cigarette. Dit woord komt op zijn beurt van het Spaanse cigarillo dat klein sigaartje betekent. En zo zijn we dus bij het woord cigarro (Nederlands: sigaar) aangeland. Dit wil niet zeggen dat de Spaanse taal de oorsprong van het woord vormt. Nee, het Spaanse woord cigarro is afgeleid van het Mayawoord siqar. Siqar betekent letterlijk rook en staat voor de handeling waarbij opgerolde tabaksbladeren worden gerookt.

De ontdekking van Amerika door Columbus legde ook de basis voor het roken van tabak in de rest van de wereld. In het begin werd het Indiaanse gebruik van het roken tabaksbladeren niet door de Europeanen overgenomen. Het werd beschouwd als een heidens, curieus en smerig gebruik. Eerst in de 16de eeuw is het gebruik om tabak in een pijp te roken via Engeland verspreid geraakt over Europa. Het standpunt van de Engelse koning Jacobus I dat tabak een gruwel voor de ogen, een walging voor de neus, schadelijk voor het verstand en gevaarlijk voor de longen is, heeft niet mogen helpen. Zijn opvolger Karel I pakte het slimmer aan. Het gebruik van tabak werd vrijgegeven. Wel werd tabak zwaar belast: de eerste accijns op tabak had zijn intrede gedaan. De belastinginkomsten bleken bijzonder hoog te zijn. Een verschijnsel dat ook bij latere overheden niet onopgemerkt is gebleven. Tot op de dag van vandaag is tabaksaccijns een belangrijke bron van inkomsten van elke overheid. Zo bedroeg de opbrengst van de tabaksaccijns in Nederland in 2001 1,817 maar in 2011 maar liefst 2.438 miljard (Bron: CBS).