Er zij een meetnet ...'

LUVO no 1In april 2003 is het boek 'Er zij een meetnet ...' verschenen. Het boek is uitgebracht door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. Het boek beschrijft de geschiedenis van de opeenvolgende luchtlaboratoria, maar vooral ook van de luchtmeetnetten van het RIVM en beslaat daarmee een periode van bijna 50 jaar. Het boek telt 214 pagina's en is rijk geïllusteerd. Het boek is niet in de boekhandel te koop, maar kan worden gedownload.

 

 


Inhoud van het boek

1 Er is een probleem

Het eerste hoofdstuk beschrijft de periode 1950-1965. Deze periode wordt gekenmerkt door het ontstaan en geleidelijk tot ontwikkeling komen van het vakgebied luchtverontreiniging. Het zijn de pioniersjaren. 'Lucht' als onderzoeksveld binnen het RIV ontwikkelt zich voorspoedig. Veel brongericht onderzoek wordt gedaan, analysemethoden worden ontwikkeld. Geleidelijk groeit het besef, ook bij de overheid, dat luchtverontreiniging een ernstig gezondheidsprobleem vormt op een schaal die niet zo zeer lokaal als wel veeleer nationaal is. De gedachte aan een landelijk meetnet voor luchtverontreiniging komt op. Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid wordt hierin een centrale rol toegedacht. De kiem voor het latere Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging is gelegd.

2 Er zij een meetnet

In de periode 1965-1973 wordt geschiedenis geschreven. Het RIV krijgt opdracht tot het ontwikkelen van een nationaal meetnet voor het meten van luchtverontreiniging, lees zwaveldioxide. Een landelijk meetnet: zoiets is nog nooit eerder vertoond. Eigenlijk alles moet worden bedacht en ontwikkeld. Een proefmeetnet leidt tot het begin van de opbouw van een nationaal meetnet. Automatische meetsystemen worden ontwikkeld; gaandeweg ontstaat het besef dat er in het nationale meetnet luchtverontreiniging meer moet worden gemeten dan alleen zwaveldioxide. Het meetnet voor zwaveldioxide mondt uit in een multicomponenten meetnet dat op dat moment uniek is in de Wereld.

3 Meer en anders

De jaren 1974-1983 zijn de jaren van het eerste nationale meetnet. Het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging krijgt gestalte en is in de vorm van het multicomponentenmeetnet in 1978 klaar. Ruim 200 meetstations en een groot scala aan componenten, zowel chemisch als meteorologisch en als onderdeel ook nog een biologisch meetnet. Een meetnet dat zijn gelijke niet kent. De ontwikkeling van modellen voor de beschrijving van de luchtkwaliteit komt in deze periode op gang. Ook wordt op beleidsniveau het milieu, en dan vooral luchtverontreiniging en later zure depositie, steeds meer een aandachtspunt. Kennis leidt tot ervaring en ervaring leert dat het met het meetnet veel minder omvangrijk kan. De eerste herziening van het meetnet, zowel in structuur als techniek, kondigt zich aan.

4 Alles kan beter

Begin jaren tachtig worden de eerste stappen gezet om te komen tot de vernieuwing van het meetnet. Een operatie die jaren in beslag neemt. Meetsystemen voor zwaveldioxide, datacommunicatie: het moet allemaal vervangen worden. Ook de structuur vraagt om een grondige aanpassing. Het nieuwe meetnet moet ook steeds meer soorten meetactiviteiten herbergen, want de vraag naar informatie neemt nog steeds toe. Een meetnet met minder meetstations, maar wel met meer te meten stoffen. Meten en meer modelleren is de koers.Beleidsondersteuning en beleidsvoorbereiding worden steeds belangrijker.

5 Nooit meer alleen

De jaren negentig zijn de jaren van de verbreding. Het werk verschuift ook steeds meer van wetenschappelijk onderzoek naar beleidsondersteuning en -voorbereiding. Er wordt weer gereorganiseerd. De noodzakelijke verdieping kan met moeite gehandhaafd blijven. De steeds meer integrale benadering van milieuproblemen vraagt om een andere organisatie van het werk.

 

Logo LUVO