Leven met MPN

Woensdag 1 juni 2011

Op de fiets van Houten naar Bilthoven. Een gewone werkdag zoals zo vele. Om 9 uur een lichte misselijkheid, even naar de WC. Misschien gaat het over; integendeel, het blijft. Terug op de kamer, zittend aan mijn bureau krijg ik het warm, ik word duizelig en alles om me heen begint te draaien. Mijn kamergenoot is net daarvoor weggegaan. Op mijn bureaustoel met wieltjes probeer ik richting deur te komen, zodat ik mijn collega´s in de tegenoverliggende kamer om hulp kan vragen. Ik val om, collega's snellen te hulp. Ik word overspoeld door een onvoorstelbare misselijkheid, alles draait, ik moet overgeven, steeds maar overgegeven. Er staan mensen bij me, zij stellen vragen, ik kan antwoorden, maar het kost veel moeite, ik kan ook niet duidelijk praten. En alles blijft maar draaien.

Later heb ik begrepen dat er eerst een bedrijfshulpverlener bij mij is geweest, daarna een motorambulance (via 112) en uiteindelijk een gewone ambulance. Op een hartfilmpje is een kleine afwijking geconstateerd daarom moet ik richting ziekenhuis. De ambulance brengt mij naar het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Daar stelt men opnieuw de kleine hartafwijking vast. De misselijkheid (en daarop steeds maar overgeven) is nog in volle hevigheid aanwezig. Via een infuus krijg ik iets toegediend om dit te onderdrukken. Ik word daarop verhuisd naar de cardiologieafdeling. Er volgt nog wat onderzoek. Vanaf het begin van de middag knap ik geleidelijk aan op; de misselijkheid verdwijnt. Verder onderzoek levert uiteindelijk niets op. Aan het eind van de middag voel ik me weer als vanouds. Om vijf uur mag ik naar huis. Om half zeven eet ik smakelijk een klein bord bami.

Zaterdag 4 juni 2011

De verjaardag van mijn vrouw. Het is acht uur in de ochtend, ik lees de krant en wacht op mijn vrouw. Het verjaardagscadeau staat op tafel. Plotseling voel ik eenzelfde duizeligheid als woensdag opkomen. Ik roep. Mijn vrouw komt aangesneld van boven. Ze is net op tijd om mij op te vangen, want ik was al in een valbeweging. Ik lig op de grond; ik ben erg misselijk. Toch kunnen mijn vrouw en ik overleggen over wat nu te doen: de huisartsenpost bellen.

Ze zijn er erg snel; de huisarts onderzoekt mij en constateert onder andere vreemd gedrag aan mijn ogen. Er volgt telefonisch overleg met een neuroloog in het Antoniusziekenhuis. De beslissing valt om mij opnieuw naar het ziekenhuis te brengen. De misselijkheid is onmeetbaar. Nu komt er meteen een neuroloog bij. Een CT-scan van mijn hoofd levert niets op. Ik word overgebracht naar de neurologieafdeling; ga aan het infuus voor vocht, glucose en een middel dat de misselijkheid dempt. In de dagen die volgen, ga ik langzaam vooruit en volgen onderzoeken.

MF-logo

TIA en herseninfarct

Een TIA, een afkorting van de Engelse term 'transient ischaemic attack', houdt in dat de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen tijdelijk is verstoord. Daardoor krijgen de hersenen tijdelijk minder zuurstof en dat veroorzaakt de uitval van bepaalde lichaamsfuncties. Bij een TIA zijn die symptomen binnen enkele uren verdwenen. Een TIA kan een voorbode van een herseninfarct zijn.

 

Een herseninfarct is het gevolg van een dichtgeslibde ader (trombose) of van een bloedstolsel dat een hersenslagader verstopt (embolie). Daardoor krijgt een deel van de hersenen te weinig bloed en sterft hersenweefsel af.

 

De Hersenstichting biedt meer informatie.

Hersenstichting: TIA
Hersenstichting: herseninfarct