Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

 

Onuitputtelijke voorraden ... van vogelpoep

Van oudsher gebruikte de oorspronkelijke bevolking van Zuid-Amerika guano als meststof om de gewasopbrengst te vergroten. Guano is een natuurlijke meststof die bereid wordt uit vogeluitwerpselen. De guano ontstaat in aanzienlijke hoeveelheden in bepaalde gebieden onder speciale omstandigheden. Een aantal eilanden voor de kust van Peru en het noorden van Chili voldoen aan de voorwaarden. Hier stroomt koud water uit Antarctica naar de oppervlakte. Samen met de warme lucht op deze breedte wordt neerslag onderdrukt. Tegelijkertijd zorgen de waterstromen voor uitzonderlijk visrijk water dat weer veel vogels lokt. De vogeluitwerpselen drogen in het klimaat met weinig regen. De voedingsstoffen worden bovendien niet uitgeloogd. Zodoende kan de guano accumuleren.

Wat zeker ook een rol heeft gespeeld in het ontstaan van de guanoreserves, was het feit dat het om gebieden ging die nogal geïsoleerd lagen. De vogels konden daardoor in die gebieden ook in alle rust broeden en hun jongen groot brengen. Ook op andere plaatsen in de wereld werd guano gevonden, maar nergens in een hoeveelheid én in een kwaliteit als voor de kust van Peru en in Chili. Schattingen van de oorspronkelijke dikte van de guanolaag lopen tot 45 meter voor sommige plaatsen. Eerst in de eerste helft van de 19de eeuw (her)ontdekten ook de Europeanen de betekenis van guano als meststof en de rijkdom die in Zuid-Amerika voor het oprapen lag.

Dit leidde er toe dat de Britten een monopolie verkregen op de guano uit Peru. In de beste imperialistische traditie kwamen ook de Amerikanen voor hun belangen op. Zo werd in 1856 in de Verenigde Staten de United States Guano Island Act aangenomen. Onder deze wet hadden Amerikaanse ondernemers het recht om eilanden in de Stille Oceaan en het Caribische gebeid te verwerven in naam van de overheid van de Verenigde Staten om zodoende de aanvoer van guano naar de Verenigde Staten veilig te stellen. Zo'n zestig eilanden werden door deze wet onder controle van de Verenigde Staten gebracht. Het hoogtepunt van de guano lag in de periode 1840-1880. Hierna begint de productie door uitputting van de winningsgebieden terug te lopen. Tegen 1910 was de productie gezakt tot 50.000 ton per jaar. Dit was op dat moment een fractie van de behoefte in de wereld.

De hoeveelheid guano, dus vogelpoep, die in de loop der jaren is gewonnen in Peru wordt geschat op 20 miljoen ton. Maar er waren ook andere bronnen, zoals — Stikstof uit de woestijn

Vogels die in alle rust guano produceren.

De Centrale Guano Fabrieken aan de IJsseldijk te Kralingseveer, rond 1900. De bedrijfsomschrijving luidde: '[...] het aankoopen en in den handel brengen van guano en andere grondstoffen en de daarvan verkregen producten, met inbegrip van alles wat in den ruimsten zin gerekend kan worden daartoe te behooren.' Foto © Roo's Oude Effecten Site. [zie op deze pagina bij Centrale Guano Fabrieken]