Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

De olie in Schoonebeek

Olie is vaak dun of minder dun, maar in ieder geval vloeibaar. Dit is prettig voor de verwerkbaarheid ervan. De olie kan echter ook dik en stroperig zijn. Soms die olie zo dik vloeibaar dat de druk in het reservoirgesteente onvoldoende is om de olie naar boven te stuwen. De winning moet dan met pompen gebeuren. Het bekendste voorbeeld van een dergelijke pomp is de ja-knikker. De winning kan worden vergemakkelijkt door de olie in het veld te verwarmen. De olie wordt daardoor vloeibaarder. Het is natuurlijk wel zo dat de prijs van de olie in zo'n geval hoger is dan van de olie die gemakkelijker gewonnen kan worden. Uiteindelijk geven marktomstandigheden, en dan vooral de olieprijs, de doorslag bij het winnen van 'moeilijke' olie.

De olie uit Schoonbeek valt in de categorie 'moeilijke' olie. In dit geval door de aanwezigheid van veel paraffine waardoor de olie erg aan het zand in de reservoirlaag hecht. Van oudsher werd de olie hier dan ook gewonnen door ze te verwarmen, waardoor de stroperigheid afnam. Al met al een moeizame en ook dure methode. In 1996 was het afgelopen met de oliewinning in Schoonbeek; er waren toen 250 miljoen vaten olie gewonnen. De verwachting is nu dat er met nieuwe technieken nog zo'n 100 miljoen vaten gewonnen zouden kunnen worden. Overigens zou daarmee in totaal daarmee maar ruim eenderde van de oorspronkelijk aanwezige olie zijn geproduceerd. De voorgestelde werkwijze zou inhouden dat stoom met een temperatuur van 300 °C in de oliehoudende lagen wordt gespoten; de olie wordt verwarmd en vloeibaarder en kan vervolgens worden opgepompt.

Een nadeel is dat door de hoge temperaturen van stoom en ook van de opgepompte olie de leidingen bovengronds moeten worden aangelegd. Vroeger, toen met lagere temperaturen werd gewerkt, lagen de pijpleidingen in betonnen goten. Mocht het tot oliewinning dan zullen noch de trein noch de jaknikkers terugkeren. De gewonnen olie zal per pijpleiding naar een raffinaderij in het nabijgelegen Lingen in Duitsland worden getransporteerd. Dat is goedkoper dan het transport per trein. Bovendien is de raffinaderij in Lingen speciaal ontworpen voor het raffineren van olie met een hoog paraffinegehalte. Al vele jaren wordt hier ook de olie verwerkt uit het Duitse deel van het olieveld. De winning van de olie zal gebeuren met hoogrendementspompen. In plaats van de bescheiden ja-knikkers zullen dan 15 meter hoge torens het landschap bederven. Ter plaatse schijnt men daar anders over te denken. De hernieuwde oliewinning zal mogelijk 50 (vijftig) structurele arbeidsplaatsen opleveren. Het schijnt dat men daar in deze regio erg tevreden over is.

Een industrieel landschap

Het overslagstation van de NAM in Schoonebeek

Het overslagstation van de NAM in Schoonebeek. De spoorlijn was in 1946 speciaal voor het olietransport aangelegd. Elke week reden er 10 tot soms wel 20 treinen per week naar de Shell-raffinaderij in Pernis. Mocht het ooit opnieuw tot oliewinning komen, dan is daar geen trein voor nodig. De olie zal per pijpleiding worden getransporteerd naar de raffinaderij in het nabijgelegen Lingen in Duitsland.

Een plaatje uit de jaren vijftig uit een serie over de Nederlandse provincies van FIBO-beeldonderwijs uit Zeist

Een plaatje uit de jaren vijftig uit een serie over de Nederlandse provincies van FIBO-beeldonderwijs uit Zeist. Het bijschrift luidt: 'Daar veel ja-knikkers het landschap zouden bederven, heeft men rond deze pompen bomen en struiken geplant, waardoor ze niet meer zo lelijk opvallen.'